Vreemde woorden in de muziek

 Angsten, onzekerheid, pijn, schaamte. Het zijn vreemde woorden in de muziek. Onuitgesproken, maar alom aanwezig onder musici. Van de Nederlandse orkestmusici heeft 59% last van podiumangst. Naar schatting 30% van musici heeft aanhoudend pijn. Velen hebben hun eigen middeltjes gevonden; alcohol is een populaire. Anderen zoeken hun heil in de reguliere geneeskunde: ongeveer één op de drie slikt bètablokkers  – een medicijn tegen hoge bloeddruk – om hun zenuwen en trillen te onderdrukken. Het helpt hen om te blijven presteren.

 “Op het podium moet je een topprestatie leveren, telkens weer, zowel motorisch als emotioneel”

aldus Esther van Fenema, violiste en psychiater, initiatiefneemster van de polikliniek voor musici met psychische problemen van het LUMC, in De Psycholoog van april 2010. Zij ziet musici met angsten, depressies, hypochondrie en dergelijke, diagnosticeert bij hen psychiatrische ziektebeelden, en behandelt deze met medicijnen of kortdurende gesprekstherapie. Helpt mensen om een keuze te maken voor medicijnen die emotioneel niet afvlakken of ‘waar de motoriek niet onder te lijden heeft’. Zij bestrijdt symptomen waardoor musici kunnen blijven presteren.

Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar de clubarts die een spuit in de knie van de middenvelder zet. Zodat hij het veld weer op kan. “Depressies, drugs, doping, blessures: Sportpsycholoog Jef Brouwers weet er alles van” is een kop in de NRC Next van 14 april 2010. Over het thema bij topsporters merkt de psycholoog op: ‘De tijd dringt en successen blijven uit. Ze staan stijf van de spanningen. Ze durven hun problemen niet te uiten, zelfs niet tegenover mij’. Schaamte, angsten en presteren, een wonderlijk trio. De nadruk wordt gelegd op presteren, maar ging muziek niet juist over voelen, over warmte, over schoonheid?

Een oud Japans boekje, zo’n 300 jaar oud, over de weg van de Samurai werpt een interessant licht op de zaak. Als u wilt: lees in het volgende stukje eens musicus waar monnik (monk) staat, en Concertgebouw waar dienst (memorial service) of slagveld (the midst of spears) staat.

“A monk cannot fulfill the Buddhist Way if he does not manifest compassion without and persistently store up courage within…Therefore, the monk pursues courage with the warrior as his model, and the warrior pursues the compassion of the monk… Do you suppose that a monk with a single rosary can dash into the midst of spears and long sword, armed with only meekness and compassion? If he does not have great courage, he will do no dashing at all. As proof of this, the priest offering the incense at a great Buddhist memorial service may tremble, and this is because he has no courage.“

Hoe kweek je moed? Zonder een wildeman te worden, zonder de essentie van de muziek en de vertolking te verliezen? Wellicht is het antwoord: door persoonlijkheid te kweken. Dit is geen symptoombestrijding. Dit is inzetten op ontwikkeling, noem het persoonlijke groei, van jongsafaan. Een feit dat gelukkig ook doordringt tot een nieuwe generatie muziekopleidingen, blijkens de formulering van de visie van Muziek Instituut Mingelen op hun website:

“Dat de toenemende beheersing van het instrument gelijkloopt met groei in persoonlijkheid, is ons streven. Zodoende is een musicus in staat om zijn ‘vingerafdruk’ achter te laten op het muziekstuk dat hij ten gehore brengt”.

Als je weet wat je daar doet, op het podium, want je weet dat je een unieke interpretatie voortbrengt, die per definitie onnavolgbaar en niet te kopiëren (‘de vingerafdruk’), wat zou je je dan nog inhouden?

“Muziek drukt dat uit wat niet gezegd kan worden maar waarover niet gezwegen kan worden” benoemde  Victor Hugo al (de cursivering is van mij).

Tags: , ,